“Net relatietherapie”, zei Erik, toen hij samen met Gerard bij mij aan tafel ging zitten. Het is het eerste gesprek dat we hebben om de samenwerking tussen hen weer vlot te trekken. Gerard en Erik werken op de afdeling Facilitaire Zaken van een zorginstelling. Ieder heeft eigen werkzaamheden, maar er zijn ook klussen waarbij ze samen moeten werken, daarnaast moeten ze soms taken van elkaar overnemen. De samenwerking is al een tijdje slecht. Erik vindt Gerard asociaal en star en Gerard heeft besloten niets meer met Erik te maken willen hebben.

De manager wil beide medewerkers graag behouden. Maar daarvoor moeten zij niet alleen hun inhoudelijke kennis, kunde en ervaring inzetten, het is ook noodzakelijk dat zij de bereidheid en vaardigheid hebben om samen te werken. De manager heeft dit aan Gerard en Erik duidelijk gemaakt en dat hielp om ze samen aan tafel te krijgen. Beide mannen willen zelf ook wel, want ze willen van de extra spanning af die ze in elkaars bijzijn voelen. Plus, dat ze ook wel inzien dat ze nogal kinderachtig met elkaar omgaan en dat dit weinig met professioneel handelen te maken heeft. Maar dat werd pas na enige tijd toegegeven, liever vertelden ze dat een gezamenlijk gesprek geen zin heeft, want de ander zou toch niet veranderen.

Gerard, een veertiger, is een gelovig man die zich in zijn vrije tijd inzet voor de kerkgemeenschap. Er zijn maar weinig mensen die dat weten. Hij is niet onaardig, maar het contact met hem is ook niet direct warm te noemen. Hij kijkt altijd eerst even de kat uit de boom, zoals hij zelf zegt. Hij houdt mensen op afstand en kan zelfs wat minachtend overkomen. Hij doet zijn werk nauwkeurig en precies. Hij vindt dat gemaakte afspraken en geldende regels nauwgezet opgevolgd dienen te worden. Niet alleen collega’s, maar zelf heeft hij ook last van zijn rigiditeit en hij probeert flexibeler te worden. Erik is iets ouder dan Gerard. Erik werd vroeger op school gepest en voor dom uitgemaakt. Het was toen niet bekend, maar hij heeft een vorm van dyscalculie en heeft daarom moeite met getallen en mist soms het overzicht. Op het werk weet niemand hiervan. Erik schaamt zich ervoor dat hij slecht kan rekenen, cijfers soms door elkaar husselt en het overzicht soms kwijt is. Thuis is het zijn vrouw die de belastingpapieren invult. Erik is joviaal, maar kan zich ook overschreeuwen.

Gerard en Erik hebben samen al een geschiedenis en ze kunnen beiden ergernissen uit het verleden noemen, waarbij de een dit heeft gedaan en de ander dat heeft gedaan. In de sloot is het druk met oude koeien. Toen Gerard besloot niets meer met Erik te maken willen hebben en hem negeerde, was Erik diep geraakt. Het herinnerde hem weer pijnlijk aan zijn schooltijd, waarin hij gepest werd en voor dom werd uitgemaakt. Ook toen werd hij buitengesloten. Gerard weet hier niets van, net zomin dat Erik iets van de achtergrond van Gerard weet en van zijn pogingen flexibeler te worden.

Die koeien in de sloot laten we nog even zitten. Natuurlijk zal in een van onze vervolgafspraken het een en ander tussen Gerard en Erik moeten worden opgeruimd. Maar we beginnen ermee dat Gerard en Erik elkaar beter leren kennen door elkaar te vertellen over wat de ander nog niet weet, over hun levensgeschiedenis, over waar ze vandaan komen, over wat hen gevormd heeft, over belangrijke gebeurtenissen in hun leven, over wie ze zijn en over waar ze goed in zijn en wat ze lastig vinden om te doen. Als je elkaar verhalen vertelt ontstaat er verbinding. En, als je meer van de ander weet dan kan je diens gedrag beter plaatsen. Als Erik meer inzicht heeft in de rigiditeit die Gerard aan de dag kan leggen en Gerard begrijpt waarom Erik het overzicht soms mist en werken met getallen lastig vindt, zal de houding ten opzichte van elkaar zeker veranderen. Waarschijnlijk zal voor Erik de drempel voorlopig te hoog zijn om over zijn dyscalculie te vertellen en hoe dat, niet alleen destijds op school, maar nog steeds zijn leven bepaalt. Ik verwacht ook niet dat Gerard direct iets zal vertellen over de lastigheid die hij zelf ervaart door zo strikt te zijn. Maar hoeveel eenvoudiger zou het voor deze mannen zijn als ze dat allemaal niet meer hoeven te verbergen voor elkaar? Hoeveel beter zouden ze elkaar begrijpen en hoeveel makkelijker zouden ze met elkaar kunnen omgaan? Openheid tonen is risicovol. Niet alleen op het werk, zelfs in de meest intieme relaties is het spannend om te onthullen. Want er dreigt uitsluiting, de ander kan je namelijk vreemd vinden, zelfs uitlachen of veroordelen. Samenwerken gaat goed als er onderling vertrouwen is, als aan elkaar ondersteuning geboden wordt en als er ruimte is om elkaar aan te spreken. Dat is pas mogelijk als er een onderlinge band is, en dat wordt gecreëerd door openheid. Hoe open? Dat is niet eenduidig te beantwoorden, want de mate van openheid wordt bepaald door het karakter van de relatie. Openheid is geen doel op zich. De mate van openheid dient voldoende te zijn, zodat de onderlinge relatie ondersteunend is aan de realisatie van de doelstellingen die door de samenwerking gehaald moeten worden. Daarom heeft iedere professional de taak om zijn of haar relaties op het werk te onderhouden. Net zoals hij of zij dat thuis ook moet doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *