“Loslaten”, wordt er geroepen. Ik sta op het voordek en laat de tros los. De zeilboot beweegt langzaam uit de box in de jachthaven, richting het grote water. Meestal zit één einde van het touw nog vast aan de boot, als dat niet zo is dan moet je dat vasthouden, anders ben je na het commando loslaten, de lijn kwijt.

Loslaten wordt ook gezegd als we te veel bezig blijven met wat zich heeft voorgedaan of gaat voordoen, zoals werkzaamheden die nog uitgevoerd moeten worden, gesprekken die hebben plaatsgevonden, lastig gedrag van een ander, of onze reactie daarop. De situaties blijven zich opdringen en we blijven er maar mee bezig, ook op de momenten dat we dat niet willen. Het leidt te veel af en de spanning wordt te groot. Dan volgt de suggestie: je moet het loslaten. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Plus, iets dat je vasthebt en loslaat kan kwijtraken of stuk breken.

Met de mensen of de zaken die ons bezighouden zijn we verbonden. Verbinding die is ontstaan nadat we er contact mee gemaakt hebben. Contact maken begint met onze aandacht te richten op diegene of datgene waar we contact mee willen maken. In het contact volgt de verbinding. We kunnen onze aandacht richten op mensen, op werkzaamheden of op een project en er vervolgens contact mee maken en mee verbinden. Zo zijn we verbonden met vrienden, kennissen of collega’s, maar ook met de buurt waarin we wonen, het bedrijf waar we werken, het project dat we uitvoeren. Door ons ermee te verbinden wordt het een deel van ons. We spreken dan over onze vrienden, onze buurt, ons bedrijf of ons project.

Als we met een ander verbonden zijn, dan hebben we ook zorg voor de ander. We leven ons in de ander in en het houdt ons bezig wat de ander overkomt. We kunnen ons zelfs gaan voelen zoals de ander zich voelt en worden ook blij, boos of verontwaardigd. Maar als we dat te goed doen en te veel, dan raken we uit evenwicht. Dat wat bij de ander speelt is te veel van ons geworden. We gaan erover piekeren en blijven afvragen wat we voor de ander kunnen doen. Net zoals we ook kunnen piekeren over het project dat niet wil vlotten. We blijven er maar mee bezig en het zet zich vast.

Dan wordt het tijd dat er afstand komt, waardoor we objectiever worden en meerdere oplossingsmogelijkheden zichtbaar worden, maar vooral ook om zelf in evenwicht te komen. Door afstand te nemen kunnen we ons bezighouden met dat wat onszelf aangaat. Loslaten en er niet meer aan denken is het devies. Maar actief ergens niet aan denken is een lastige. Ter verduidelijking, met een kans dat deze opdracht een bekende is: denk eens niet aan een gele citroen. Het is niet te doen, de gele citroen is zojuist wel verschenen.

Loslaten lukt niet door er niet aan te denken. Wel kunnen we onze aandacht verleggen, door bijvoorbeeld na te denken over andere werkzaamheden die we willen doen, een puzzel op te lossen, een parcours te fietsen of het gras te maaien. En als het probleem weer in beeld verschijnt, terug en je aandacht weer verleggen naar datgene waar je je nu wel mee bezig wilt houden. Telkens weer. Door onze aandacht te verleggen, maken we een nieuw contact en verbinden we ons met dat nieuwe. Door aandacht te verleggen ontstaat vanzelf afstand van datgene waar we afstand van willen nemen. Tegelijkertijd laten we niet los, want we blijven verbonden met de ander en we blijven verbonden met het project. We hebben nog steeds zorg voor de ander en we zijn nog steeds betrokken bij het project, maar er is daarnaast ook ruimte voor onszelf. Het is net als de lijn die los moet zodat het schip vrij kan gaan, maar vast blijft om weer aan te kunnen meren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *